Ga naar de hoofdinhoud
<

Je eerste systeem configureren

Wanneer je de eerste keer inlogt in DUCO HOME, wordt er een wizard opgestart.

Deze wizard begeleidt je om je eerste woning te configureren, een toestel toe te voegen en kamers koppelen aan zones en componenten. 

1. Je eerste woning configureren 

Je kan meerdere woningen beheren via DUCO HOME, maar voordat je de applicatie kan gebruiken, moet je minimum 1 woning toevoegen: 

  1. Vervang ‘Mijn woning’ door de naam die je wil gebruiken voor je eerste woning.
  2. Bevestig de naam via ‘Doorgaan’.

2. Een toestel registreren

Per woning moet er minimum 1 toestel gekoppeld worden om de applicatie te kunnen gebruiken. 

  1. Controleer of aan alle voorwaarden is voldaan voordat je verder gaat met de registratie van het toestel. Raadpleeg de voorwaarden onder ‘Minimale hardwarevereisten’.
  1. Zet de DucoBox in registratiemodus: 
    • Schakel de DucoBox 10 seconden uit (haal de stekker uit het stopcontact). 
    • Schakel de DucoBox opnieuw in (steek de stekker opnieuw in het stopcontact). Wacht 2 minuten totdat de verbinding met het toestel klaar is.
  1. Maak verbinding met de DucoBox, of als dit niet lukt, met het Connectivity Board. Het serienummer van het toestel wordt opgezocht in de DucoCloud. 
    • Scan de QR-code op de sticker aan de voorkant van het toestel. 
    • Als het niet lukt om de QR-code te scannen, kan je het serienummer ook manueel ingeven. Het serienummer staat op de sticker na ‘SN:’ en onderaan het CE-label. 
    • Als het niet lukt met het serienummer van de DucoBox, geef dan manueel het serienummer van de Connectivity Board in. Het serienummer staat op de sticker na ‘SN:’.
  1. Voeg nog een toestel toe via ‘Een ander toestel toevoegen’ en doe de voorgaande stappen opnieuw voor het andere toestel of ga door naar de volgende stap via ‘Doorgaan’.

3. Kamers aanmaken 

Per toestel moet er minimum 1 kamer gekoppeld worden om de applicatie te kunnen gebruiken. 

  1. Maak alle kamers aan waar er DUCO-ventilatie aanwezig is (een bedieningsschakelaar, een sensor of een ventiel).
  2. Geef voor elke kamer een naam in en bevestig per kamer via ‘Kamer toevoegen’. Als je gemist bent, kan je de kamer verwijderen via de knop .

Het exact aantal kamers dat nodig is voor een configuratie wordt onderaan getoond. Zo heeft een DucoBox Silent Connect maar 1 kamer nodig en heeft een DucoBox Focus minimum 1 kamer per regelklep nodig.

Pas als er voldoende kamers aangemaakt zijn voor de configuratie, wordt de knop ‘Ga verder naar ventilatiezones groen en kan je verder naar de volgende stap door deze knop te selecteren.


4. Ventilatiezones identificeren 

Een ventilatiesysteem is ingedeeld in zones. Het aantal zones is afhankelijk van je type DucoBox. Zo kan je …

  • een DucoBox Silent Connect hebben met 1 centrale zone.
  • een DucoBox Focus hebben met een zonaal systeem tot 11 verschillende zones.
  • een DucoBox Energy Comfort of een DucoBox Energy Sky hebben met standaard 2 zones (1 toevoerzone en 1 afvoerzone), maar kan je deze uitbreiden tot 4 toevoerzones.

De applicatie geeft automatisch aan uit hoeveel zones jouw systeem bestaat.

Je kan meerdere kamers aan een zone toewijzen, waarbij elke kamer zijn eigen componenten heeft. Denk bijvoorbeeld aan een afvoerzone waarbij de badkamer en het toilet samen op aangesloten zijn of een DucoBox Energy waarbij de toevoerzone ‘s nachts meerdere slaapkamers voorziet van verse lucht en waarbij elke slaapkamer zijn eigen CO2-sensor heeft.

Dankzij deze stap kan je makkelijk zones identificeren, ook als je geen idee hebt van de opbouw van het kanaalsysteem:

  1. Selecteer de zone die je wil identificeren. Je krijgt een knop ‘Boost’ te zien. 
  2. Klik op Boost’ om de zone een boost te geven. In alle andere zones wordt de ventilatie op laagstand gezet.
  3. Luister in de verschillende kamers waar je de ventilatie kan horen en voeg deze kamers toe aan de zone. De applicatie toont alleen de kamers die nog niet aan een zone toegewezen zijn. Om verder te kunnen gaan, moet je minimum 1 kamer aan een zone toewijzen.
    • Via ‘Zone aanpassen’ kan je aanpassen welke kamers zijn toegewezen aan die zone.
  1. Ga verder naar de volgende zone en doorloop de vorige stappen opnieuw.
  2. Als alle kamers zijn toegewezen aan een zone, kan je verder naar de volgende stap via ‘Componenten identificeren’.

5. Componenten identificeren 

Je kan bekabelde bedieningsschakelaars en sensoren toewijzen aan een kamer. Zo krijg je in de applicatie de juiste waarden te zien bij het bedieningselement van die kamer. Een bedieningsschakelaar op batterijen of een schakelcontact wordt niet getoond in deze lijst.

  1. Selecteer de component die je wil identificeren. De LED van de component zal blauw oplichten.

De bediening die geselecteerd wordt, zal blauw oplichten. Zo kan je op zoek gaan naar de juiste bediening om deze toe te voegen onder de juiste kamer.

  1. Kijk in de verschillende kamers van welke component de LED blauw oplicht. Selecteer de kamer uit de dropdownlijst om de component aan de kamer te koppelen.
  • Een bedieningsschakelaar die aan de DucoBox gekoppeld is om de ventilatie centraal aan te sturen, kan aan elke kamer gekoppeld worden.
  • Bedieningsschakelaars en sensoren die onder een specifieke zone werden aangemeld, kunnen alleen gekoppeld worden aan kamers die aan die zone toegevoegd zijn.
  1. Ga verder naar de volgende component en doorloop de vorige stappen opnieuw
  1. Als alle componenten zijn toegewezen aan een kamer, kan je verder naar de volgende stap via ‘Afsluiten’.

6. Klaar voor gebruik 

Gefeliciteerd, je hebt het DUCO-systeem voor je woning succesvol georganiseerd! 

Via de knop ‘Naar het overzicht’ kan je verder gaan naar de landingspagina van de applicatie ‘Mijn woning’.

Inhoudsopgave